WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

ikbenjetoekomst

door Maurits Depla en Klaas Folkerts.

De invoering van de Participatiewet vormde de zoveelste ingrijpende aanpassing van het werk van sociale diensten. Zijn we er hiermee? Nee, dat zit er niet in. Grote maatschappelijke en technologische krachten werken in op sociale diensten en de mensen die er werken. Wat staat ons nog te wachten de komende jaren? Sociale dienst 3.0 komt er aan. Hoewel we nog niet weten hoe dit er precies uit zal zien, is wel duidelijk welke ontwikkelingen hierin beslissend zullen zijn. We beschrijven er zes in dit artikel.

Verder lezen

De opkomst van de robot betekent niet de ondergang van werk.

23 november 2017


Een overzichtelijk en nuchter filmpje. Werk verdwijnt niet, ook niet in deze tijd van ongebreidelde technologische groei. Opgelucht? Dat kan nog tegenvallen.

Er ontstaat nieuw werk

  • maar niet op dezelfde plaats (de geografische kloof);
  • niet meteen (de tijdkloof);
  • niet met dezelfde benodigde vaardigheden (de skills kloof).

Er is dus geen reden om heel erg vrolijk te zijn over de lange termijn ontwikkelingen op de arbeidsmarkt maar het verdwijnen van werk hoort waarschijnlijk daar niet bij.

ene als je nu juist zat te wachten op het verdwijnen van werk om er van je basisinkomen vrolijk op los te leven: jammer.

 


9 augustus 2017

IMG_7403

Je hebt het of je hebt het niet. Je bent een ‘have‘ of een ‘have  not’ in de klassieke opvatting over armoede. Armen zijn have not’s; proletariërs. Blijft deze gang van zaken overeind in de veel besproken next economy?

Next economy is wat ons overkomt door snelle technologische ontwikkelingen. We gaan alles delen via internetplatform. Onze heggenschaar, onze auto (via Uber) en ons huis (via AirBnB). De manier van produceren wordt helemaal anders. Robots nemen de productie over. Maar dat geeft niet want we worden onze eigen energieproducent en daar worden we stikgelukkig van.

We zijn bovendien verschrikkelijk hoogopgeleid en dat is maar goed ook want we moeten onze kennis en vaardigheden voortdurend bijspijkeren, wisselen veelvuldig van klus of baan, zijn dus verschrikkelijk creatief en flexibel. Dat heet 21st century skills.

Next economy lijkt vooral te gaan over hoogopgeleide jongeren alsof dat de enige mensen categorie is die over tien, vijftien jaar nog bestaat.

Maar dat is natuurlijk niet zo.

De achterblijvers bestaan over tien jaar natuurlijk gewoon nog. Het enige nieuwe aan de next economy is dat ze ook nog cannot’s zijn geworden. 21st century skills lijken er vooral te zijn voor jonge hoogopgeleiden en niet voor de eeuwige vergaarbak van ouderen, laagopgeleiden, statushouders en of geestelijk beperkten.

En have not’s zijn ze ook nog gewoon. In praktische zin betekent dat dat flexibiliteit aan hen vaak niet is besteed. Flexibiliteit veronderstelt risico’s durven nemen. Een financieel reserve helpt daarbij. Maar een financieel reserve hebben have not’s uit de aard van de zaak nu eenmaal niet. Dus nemen ze liever ook geen risico. Dat is nu al zo en over tien, vijftien jaar is dat niet anders.

die next economy werkt alleen als er een sociaal antwoord komt op

QUOTE.

IMG_0004_NEW

Ik ben alleen maar een verhalenverteller. De sociaal ondernemers die wij ondersteunen zijn verantwoordelijk voor het succes. En ik presenteer hier alleen maar de beste voorbeelden natuurlijk. Als een onderneming mislukt, heb ik het er niet meer over.”

We geven ook studieleningen voor kinderen van Grameen-klanten. Zij klagen nog wel eens dat er na hun opleiding geen banen voor ze zijn. In eerste instantie voelde ik met ze mee. Maar toen zei ik: een baan is een achterhaald concept. Heeft je moeder ooit om een baan gevraagd? Vijfentwintig jaar geleden is ze met een lening van 35 dollar haar professionele leven begonnen. Zij durfde dat. Nu kom jij met: geef me een baan. Word een ondernemer! Een mens is niet geboren om voor een baas te werken. Wij hebben een Social Business Fund. Als je zelf geen business-idee kunt bedenken, ga je maar naar je moeder, zij wist het wel.

Mohamed Yunus: Ëen baan is een achterhaald concept. op One World.

30 mei 2016

COLUMN

IMG_0003_NEW

Voorstanders van het basisinkomen komen steevast met twee argumenten:

  • De bijstand is ontspoord door een overmaat aan beperkende regels en zo komt niemand aan een baan,
  • maar trouwens, de robots komen er aan en die pikken sowieso alle banen in.

Wat betreft argument 1: point taken maar het lijkt me de vraag of we die regels moeten bijstellen en verminderen of meteen een heel ander stelsel moeten introduceren.

Maar daar gaat het me nu eigenlijk niet om.

Wat betreft argument 2: Is dat wel zo?

Er ligt een zeer, zeer verontrustend onderzoek op tafel waarmee de angst voor het verlies van zo’n beetje de helft van alle banen enorm wordt aangejaagd. Het gaat om dit onderzoek van Frey en Osborne en het zegt dat -in de Verenigde Staten- 47% van de banen verdwijnt. Voor Nederland zou een vergelijkbaar en zelfs iets hoger percentage gelden.

Mathijs Bouman wijst nu in  het Financieel Dagblad op recent onderzoek van de Oeso. Hieruit blijkt dat niet 47 maar slechts 9% van de banen verdwijnt.

Dat maakt nogal wat uit.

Het verschil tussen het ene en het andere onderzoek zit in de opvatting over wat er verdwijnt. Het onderzoek van Frey en Osborne gaat er vanuit dat er banen verdwijnen. Het OESO onderzoek heeft als uitgangspunt dat er taken verdwijnen. Een robot kan een steunkous aandoen bij een bejaarde. De wijkverpleegkundige verdwijnt niet van het toneel maar heeft juist meer tijd om met de bejaarde te praten.

Banen verdwijnen niet, taken verdwijnen. Dit is overigens precies dezelfde opvatting als de WWR uit de doeken doet in haar rapport over robotisering.

Is er nu niet meer om je zorgen over te maken?

Nou nee, want de banen die verdwijnen, verdwijnen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Banen die verdwijnen zijn grotendeels gebaseerd op routinematig handelen of routinematig denken. En we hebben veel mensen in de samenleving en op de arbeidsmarkt die op dergelijk werk zijn aangewezen en niet makkelijk zijn om te scholen tot iets anders.

Al met al: de gevolgen van technologische revoluties vragen om een sociaal antwoord.

En op het formuleren van een dergelijk antwoord zullen we ons moeten concentreren..

 

 

 

Gisteren begon de toekomst deel 2. 

 

ikbenjetoekomst

Haar naam is Amelia en ze heeft alles mee. Ze is slim, ze heeft stijl, is ijverig en loyaal. Amelia is echter geen knappe hoogopgeleide twintiger maar een robot met een flinke dosis kunstmatige intelligentie. Ze is in staat om uw vragen te beantwoorden en bepaalde problemen voor u op te lossen en ze leert ook nog elke dag bij. De verwachting is dat, eenmaal op de markt gebracht, Amelia verantwoordelijk zal zijn voor het verdwijnen van 250 miljoen banen wereldwijd, vooral in callcenters.

Amelia is voor velen de ergste nachtmerrie. We worden straks allemaal vervangen door robots. Die nachtmerrie is één van de belangrijkste aanjagers in het debat over het basisinkomen. De voorstanders van het basisinkomen nemen aan dat in de toekomst (bijna) niemand nog werk heeft. En daarom is onmiddellijk het basisinkomen nodig. Dat lijkt ingegeven door angst en angst is een slechte raadgever.

In dit artikel passeren robotisering en deeleconomie –het onderling en online consumeren en produceren van producten, diensten en kennis- in kort bestek de revue. Welke impact heeft dit op de arbeidsmarkt en wat betekent het voor een sociale dienst/gemeente. Die impact is weliswaar erg groot maar er zijn ook mogelijkheden om op de ontwikkeling in te spelen.

Verder lezen

QUOTE.

IMG_0004_NEW

Het belang van deze persoonlijke toegangen (nb. korte lijntjes) wordt nog eens versterkt doordat de meeste grote publieke instellingen, van zorgverzekeraars tot gemeentelijke instellingen, hun toegang juist zo onpersoonlijk mogelijk inrichten. Voor het publiek en dus ook voor sociale professionals. Waar het bedrijfsleven vaak zijn uiterste best doet om een klant een zo persoonlijk mogelijke account-manager toe te wijzen door deze met naam en toenaam in de correspondentie te vermelden, of door de chef van het filiaal met een grote foto boven de kassa te hangen, stelt men in de publieke sector juist alles in het werk om het tegenovergestelde te suggereren. Bang als men is om overladen te worden door veeleisende en voordringende burgers dan wel voor professionals of belangenbehartigers die iets willen regelen, verschuilt men zich achter algemene nummers, keuzemenu’s, telefooncentrales en onpersoonlijke contactformulieren.

Pieter Hilhorst en Jos van der Lans over  ‘het geheim van korte lijnen‘ op Sociale Vraagstukken.

Zeer mee eens. Sociale professionals drijven vaak op wie ze kennen. Weten wie je moet bellen of wie snel uitkomst kan bieden is onderdeel van je sociale kapitaal. De decentralisaties zijn gepaard gegaan met grote reorganisaties en aanbestedingen. Wat mij opviel is dat dit een verwoesting aanrichtte op het gebied van de informele lijnen.

Iedereen op een ander plekje.

Waarmee ook maar weer eens werd bewezen dat de informele contacten en niet de regels en de procedures uitkomst bieden wanneer het misloopt met een klant.

Niet te vaak reorganiseren dus, het maakt meer kapot dan je lief is.

 

23 mei 2016

%d bloggers liken dit: