WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

In de Volkskrant schrijft Evelien Tonkens onder de titel “Wie beloont beroepstrots” over de Theo route. Wat is dat? Dat is het slimmigheidje dat is bedacht door de hogeschool Inholland om studenten die maar niet afstudeerden aan een diploma te helpen. Veel diploma’s uitreiken is erg belangrijk voor  Inholland . Hoe meer studenten met een diploma de deur uit worden gewerkt hoe meer geld hogescholen namelijk ontvangen.

Als ze snel afstuderen, scoort de opleiding hoog op ‘studeerbaarheid’. Geef dus geen moeilijke tentamens en stel geen hoge eisen aan scripties. Herkansingen kosten tijd en vergroten de kans op uitval en negatieve studentenevaluaties, die leiden tot negatieve docentbeoordelingen.

Uiteraard is er een comité dat de kwaliteit bewaakt. Dus als er iets mis is met de kwaliteit dan zwaait er wat. Zo’n comité werkt echter steeksproefgewijs en laat dus ruimte om eens iets te proberen. en dat heeft men gedaan:

Bij de opleiding Media en Entertainment Management (MEM) van de Hogeschool InHolland in Haarlem hebben ze deze logica goed begrepen. Eerst dreigden ze er door te worden gestraft: ze hadden te weinig diploma’ s uitgereikt. Tot een kiene docent genaamd Theo het licht zag: we geven gewoon iedereen een zeven. Al die studenten die zakten voor tentamens en waardeloze scripties inleverden en dus geen diploma haalden: allemaal een zeven! Student blij, docent blij, opleiding blij! Positieve evaluaties alom en het geld stroomt binnen.

En zie daar, de Theo route was geboren.

Vervolgens legt Evelien Tonkens heel terecht het verband met beroepstrots. Immers wil een systeem als dit niet volledig ontsporen dan is het afhankelijk van beroepstrots van individuele docenten die hun studenten dwars tegen het instellingsbelang in, blijven kastijden met dikke onvoldoendes.  De vraag rijst nu wel, wie beloont de beroepstrots. Zeker als er een situatie ontstaat waar beroepstrots niet meer voorop staat en de enkeling die zich er nog door laat leiden, een eenzame witte raaf dreigt te worden.

Vermoedelijk laat beroepstrots zich niet door prikkels levend houden. In elk mens schuilt een muis, een aap en een op seks belust wezen dat je met prikkels kunt aansturen. Maar in elk van ons schuilt ook een streber en ambachtsman of -vrouw. Die gaat niet harder lopen door prikkels, maar door waarden en idealen, zoals de econoom en filosoof Albert Hirschman (in zijn essay Against parsimony uit 1985) treffend betoogt. Laat de commissie-Leers niet alleen koppen doen rollen. Laat Leers voorstellen doen voor een kwaliteitssysteem dat de beroepstrots van docenten erkent, stimuleert en honoreert.

En toegepast op de re-integratie?

Op de vraag of dit ook bestaat binnen onze sector luidt het antwoord onverkort ja, dat bestaat.

Het is zelfs alomtegenwoordig.

Nu hoor je dit ook al jaren om je heen en dan vooral in verband met  commerciële re-integratie.  Deze wordt immers vooral gestuurd door middel van outputprikkels. De opdrachtgever, meestal een gemeente of het UWV kijkt naar de uitkomst en ziet niet wat er in de black box gebeurt.  De prikkel die wordt gebruikt is bijna altijd financieel. No cure, no pay; no cure less pay en alle andere varianten op dit thema. Hierdoor beschouwen veel mensen re-integratiebedrijven als door en door geperveteerde en winstbeluste kapitalistische ondernemingen. Na jaren met re-integratiebedrijven te hebben gewerkt, kan ik u meedelen. Ze vallen wel mee. Maar omdat zeker te weten moet je natuurlijk wel in de black box kijken.

Het is interessant om de blik te werpen op de sturing aan de inputkant. Hier draait het om de manier waarop UWV en gemeenten (als grootste opdrachtgevers) van de re-integratiediensten gebruik maken. Een blik dus op, zoals dat in onnavolgbaar ambtelijk taalgebruik heet, de manier waarop de klant op een traject wordt geplaatst. Wat onmiddellijk opvalt dat interne afspraken hierover worden uitgedrukt in aantallen trajecten die moeten worden “gevuld”. Bij de meeste gemeenten hebben de afgelopen vier jaar in het teken gestaan van het verhogen van de participatie als doelstelling. Slogans als “Iedereen doet mee” en “Iedereen werkt mee” waren erg populair. Nu is er niets mis met het stellen van een aansprekend doel. Maar zoals uit de Theo-route wel blijkt, is de kans dat de prikkel perveteert reëel. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de “trajecten” van een bepaald re=integratiebedrijf worden “gevuld”, ongeacht de vraag of de kwaliteit van dit bedrijf wel zo goed is en ongeacht de opvatting van de klant in kwestie. Sturing op aantallen perveteert dus gemakkelijk, als er daarnaast onvoldoende aandacht is voor de kwaliteit. Deze kwaliteit wordt onder meer  geborgd door de beroepsopvatting van de verwijzer.

Kortom, aandacht voor de kwaliteit en hier binnen vooral ook voor de professionaliteit van de klantmanager/werkcoach houdt ons bij de Theo routes weg.

4 gedachtes over “De Theo route: Wie beloont beroepstrots

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s