WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

Ik hou me al het grootste deel van mijn carriere beroepsmatig bezig met re-integratie. Dat is al zo lang dat het toen ik begon het nog geen re-integratie heette maar werkloosheidsbestrijding. Het belangrijkste issue op dat moment was het vraagstuk of een werkloze wel activiteiten mocht doen (anders dan solliciteren of het volgen van een opleiding) in de tijd van zijn werkloosheid. Als hij iets nuttigs deed, stootte hij immers misschien een werkende het brood uit de mond of bezorgde door zijn bijdrage een ondernemer een ontoelaatbaar concurrentievoordeel.

Werkloosheidsbestrijding bestond voornamelijk uit gesubsidieerde activiteiten en ik ben ooit begonnen met het toekennen en afrekenen van subsidies.

Je moet jeuken waar het krabt,

zei ik altijd in die tijd. Refererend aan het fenomeen dat de gesubsidieerde instellingen er toe neigden de problemen van de gemeente op te lossen en niet zo zeer die van hun doelgroep. Ik zeg het nog wel eens. Zo was een vast onderdeel van de aanvraag het onderdeel verbetering van de samenwerking met andere instellingen. Hierbij werd in de aanvraag uitvoerig betoogd dat de samenwerking uitstekend was maar niettemin nog enorm kon worden verbeterd en dat de gemeente hiervan enorm zou profiteren als…en dat werd jaar in, jaar uit om een flinke donatie gevraagd. Het optimum van de samenwerking werd nooit bereikt, integendeel; in werkelijkheid sneed men elkaar het liefst de strot af.

In die tijd groeide ook de activiteit van het toenmalige Arbeidsvoorziening sterk. Echter een klein deel van het rijksbudget ging niet rechtstreeks naar de arbeidsbureaus maar naar de gemeenten. die mochten hiervan inkopen maar alleen bij Arbeidsvoorziening. Gedwongen winkelnering was dat, maar als je het zo noemde, werd iedereen erg boos. Ik maakte promotie en mocht het contract afsluiten tussen gemeente en Arbeidsvoorziening  en kreeg oog voor een ander fenomeen.

het omdraaien van economische wetten.

Het leek er steeds meer op dat het aanbod de vraag bepaalde, in plaats van, zoals het hoort, de vraag het aanbod. Ik zei altijd tegen mijn toenmalige counterpart bij Arbeidsvoorziening dat er tijdens de ondertekening van de contracten door de gemeente Rotterdam en de directeur Arbeidsvoorziening een wonder gebeurde. De gemeente -tot dan toe de gerespecteerde klant van arbeidsvoorziening- veranderde door de aanraking van een afgrijselijke demon in de leverancier. Arbeidsvoorziening tezelfdertijd werd van leverancier juist de klant. Het ging er om dat de gemeente klanten leverde. Het bleek jarenlang onmogelijk om enige greep te krijgen op wat er vervolgens met de klanten gebeurde en wat Arbeidsvoorziening nu eigenlijk voor resultaat behaalde met het geld uit de contractrelatie.

Het naar de markt brengen van Arbeidsvoorziening kwam met de milleniumwisseling en ik was supporter. In die tijd zat ik met bedrijven waarvan ik nog nooit had gehoord om tafel om de eerste aanbesteding van re-integratie voor te bereiden. Op de vragen die ik aan het inmiddels allang door fusies verdwenen Nibo stelde, kreeg ik nog diezelfde middag antwoord per fax. Duizelig staarde ik naar het papier. op vragen aan Arbeidsvoorziening kreeg of nooit, of het verkeerde of pas maanden later antwoord.

Ik was dus aanvankelijk erg enthousiast over de marktwerking. Het gaf de gemeente sturingsmiddelen die je met subsidies en de gedwongen winkelnering niet had. Bovendien dwong de procedure tot een objectieve afweging. Het moest wel bevochten worden.

Zo optimisctisch en blij als toen ben ik nu niet meer. Zie hiervoor deel 2.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s