WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

We leven in een ander tijdperk. Bordjes zijn verhangen. Terwijl het vorige kabinet iedereen wilde laten participeren, legt Rutte de nadruk op de zelfstandige en mondige burger. Van ïedereen doet mee” naar iedereen voor zijn eigen”.

Wat betekent dit voor branches zoals re-integratie, inburgering en zorg en welzijn die hun bestaansrecht en omzet baseerden op het participatie idee en nu het verwijt naar het hoofd krijgen aan het subsidieinfuus te liggen?

Accent op minder overheid en  zelfstandige burgers.

Het grote, belangrijke idee van Rutte is dat we allemaal zelfstandige mensen die het zonder de bemoeienis van een alomtegenwoordige overheid kunnen stellen. Dit staat  tegenover de opvatting van het vorige CDA/PvdA kabinet dat er van uit ging dat iedereen mee moest doen en daarbij zo nodig een handje moest worden geholpen.  Minder overheid dus.

Bij de Nederlandse gemeenten praat  men nu nog vooral over de gevolgen van de enorme bezuinigingen. Dat is begrijpelijk. De eerste zorg is  dat de begroting sluit. Nu daar forse gaten in vallen door de bijstand en de sociale werkvoorziening, moet eerst de vinger in de dijk. Maar we moeten verder. Erg lang kan deze fase dus niet duren.

Er is nog maar weinig aandacht voor veranderende opvattingen en ideologische uitgangspunten. Wil je de kansen zien die een nieuw tijdperk biedt, dan is juist de aandacht voor een verschuiving in de achterliggende waarden belangrijk. Hier op kunnen nieuwe aanpakken, producten en diensten worden gebaseerd.

Je moet jeuken waar het krabt, ten slotte.

Ideologische verwarring.

Op de altijd interessant Volksrant opiniepagina’s wijdt Martin Sommer een artikel aan de ideologische verwarring van CDA en PvdA.  Op zoek naar het nieuwe ideologische midden blijkt dat tussen deze partijen en hun achterban een waardenkloof bestaat. Voor de sociaal democraten betekent dit onder meer:

Progressief Nederland heeft een serieus probleem met de waarden van zijn veronderstelde achterban. Volgens Den Uyl zou de toegenomen welvaart leiden tot culturele ontplooiing en ‘een leven op een hoger plan’. Helaas, de onderkant ging naar Jan Smit luisteren.

De wetenschappelijke bureaus van beide partijen zijn dapper op zoek naar een nieuwe waardenorientatie en lijken die te vinden in een soort “conservatisme op kousenvoeten”. Iets waar de gemiddelde PvdA parlementariër niet aan toe is. Die lijkt qua waardenorientatie meer op de collega’s van Groenlinks en D66; onvervalste vrijzinnigen en individualisten.

Volgens Sommer moet het nieuwe ideologische midden gezocht worden in de tegenstelling tussen conservatieven en liberalen. Wat een conservatief ideaal voorstelt is dan nog niet helder.

 In de 19de eeuw was het vooral een reactie op het gelijkheidsdenken en materialisme van de Franse revolutie. Ook nu is er een breed gedeelde aversie tegen de vernieuwings- en rationaliseringsmachine die nog immer voortdendert. Weg van de pretenties, de onderwijsvernieuwingen die de hele mens wilden verbouwen, technocratische opstapelingen bij nutsbedrijven die geen verbetering maar verslechtering brachten, grootschalige immigratie die de samenleving moeiteloos zou verrijken.

Sommer wijst dus op de tegenstelling tussen liberalen (vooruitgangsdenkers, markt believers) en conservatieven (anti utopisch en gemeenschapsdenkers).  De liberalen vind je niet alleen in de VVD en D66 maar ook bij Groenlinks en de PVDA.  Conservatieve sentimenten vinden we op verschillende plekken. Bij de SP in combinatie met een geloof in de overheid. Bij de PVV  in combinatie met een boos op de linkse kerk sentiment.

De onderbuikgevoelens van de Nederlander lijken zich overigens niet alleen te richten tegen de immer uitdijende overheid maar juist ook tegen het obsessieve marktdenken.  Het tot een dieptepunt gekelderde vertrouwen in de financiële markt is daar het beste voorbeeld van.  Maar ook de uitverkoop van het openbaar Vervoer stuit op weerstand.

De waardenverschuiving zit dus voornamelijk in het verzet tegen de maakbare samenleving. Afhankelijk van de politieke kleur richt het verzet zich op de overheid of op de markt. De echte conservatief echter verzet zich tegen beiden en is gericht op gemeenschapszin en op het oplossend vermogen van mensen zelf in de groepen waarbinnen ze functionneren. Niet alleen tegen de markt en de overheid maar ook nog tegen het individualisme.

Iedereen voor zijn eigen of niet.

Het kabinet laat de pendel flink richting markt doorslaan en ziet de zelfstandig functionerende en kiezende burger als de oplossing.  Dit zien we keurig terug in de discussies die gemeenten voeren. De ombuigingen en bezuinigingen leiden tot veel minder overheid en de consequentie is dat de klant zelfstandig moet worden. De vragen die opduiken zijn

  • kan dat allemaal wel
  • en als het kan hoe moet het dan.

Het kan in ieder geval niet als we door gaan op de ingeslagen weg. Hierbij is de gemeente met een flinke buidel geld in de hand de lokale regisseur die de ketensamenwerking kan afdwingen. Dat gaat niet als je met lege zakken aankomt Het accent zal dus verschuiven van de keten naar het netwerk en van regisseur naar partner.

Met andere woorden er kan heus nog wel wat maar dan zal de verantwoordelijkheid verlegd moeten worden van de gemeentelijke overheid naar de werkgever die wajongers in dienst wil nemen en de maatschappelijke organisatie die iets wil bereiken in een achterstandsbuurt.

En verder nog. De verantwoordelijkheid kan ook komen te liggen bij groepen vrijwilligers die een buurt leefbaar willen houden of bij internetcommunities die vrijwillige diensten uitwisselen of organiseren.

De gemeente heeft hier dus vooral  de rol als partner en facilitator.  Daarmee is de vraag of het allemaal wel kan natuurlijk niet helemaal opgelost. Het overeind houden van de sociale werkvoorziening kan ten slotte niet worden overgelaten aan een netwerk van vrijwilligers maar hier zijn misschien wel andere oplossingen te bedenken.

En hoe zit het met die zelfstandige klant. Hoe moet het daar mee. Hier is heus het één en ander te bereiken door een deel van de dienstverlening te digitaliseren, zoals het UWV nu ontwikkeld. Maar daarmee is zeker niet het lek boven om twee redenen.

Bij de bijstand zit de prikkel nu eenmaal aan de verkeerde kant. Zoals iemand het laatst kernachtig uitdrukte.

We zeggen tegen onze klanten, “jullie moeten werk zoeken en als dat niet lukt krijgen jullie geld”.

 De prikkel om te gaan werken kan nog altijd scherper. Maar zelfs dan is een deel van de klanten eenvoudigweg te weinig zelfredaam om dit op eigen gelegenheid voor elkaar te krijgen. voor deze klanten is er nog een wereld te winnen door hen aante leren zichzelf te sturen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s