WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

Eerder muntte Mark Hillen samen met Willemijn Verloop het begrip social enterprise in het boek “Verbeter de wereld, begin een bedrijf”. Weet hij in dit boek dezelfde duidelijkheid te scheppen over sociale firma’s?

Het wil misschien maar langzaam tot alle betrokkenen doordringen maar het is eigenlijk wel duidelijk. De op 1 januari van kracht geworden Participatiewet maakt de toekomst van de sociale werkvoorziening erg onzeker. De wet biedt een alternatief instrumentarium dat voor de sociale werkvoorziening in de plaats komt. Een loonwaardemeting en loonkostensubsidies gericht op plaatsing bij reguliere bedrijven vormen daarin de hoeksteen.

Het blijft wel de vraag of met dit wettelijke instrumentarium ook nieuw stelsel voor mensen met een arbeidshandicap tot stand komt of dat hiervoor meer moet gebeuren. Dat laatste lijkt het geval te zijn. Het stelsel van loonwaardemeting en loonkostensubsidies is complex en zit vol onzekerheden. Het is daarmee weinig aanlokkelijk voor werkgevers. De afspraak over garantieplaatsen uit het sociaal akkoord en alle dreiging met een quotumwet doen hier niets aan af.

Maar het zou natuurlijk verschrikkelijk jammer zijn als er niets of maar weinig van de wet en de baanafspraken terechtkwam. Dit land telt ongeveer 900.000 mensen die tot de doelgroep kunnen worden gerekend en het zou een drama zijn als een groot deel van hen blijvend aan de kant zou komen te staan.

  • Sociale firma.

Een sociale firma is een bedrijf dat het bieden van werk aan mensen met een arbeidshandicap heeft omarmd als het hoofdelement in haar missie. Het bedrijf concurreert op de vrije markt met gewone bedrijven en moet dus een normale prestatie leveren, tegen een marktconforme prijs. Het verschil zit in het personeel.

Is de sociale firma het nieuwe antwoord –of een deel van het antwoord- op de vraag hoe arbeidsgehandicapten kunnen deelnemen aan het arbeidsproces? Het prettige aan dit boekje is dat beknopt en helder wordt beschreven waar de kansen voor een sociale firma liggen en welke keuzes de ondernemer hierin zou kunnen maken. Een paar voorbeelden:

Het bijzondere personeelbestand lijkt op het eerste gezicht een bron van zorg. Maar juist de aandacht bij het inpassen van personeelsleden in het werk levert de ondernemers met een sociale firma veel op, een laag ziekteverzuim bijvoorbeeld. Iets dat je helemaal niet zou verwachten gezien de medische en psychische problemen van de personeelsleden.

Niet elke klant is dezelfde voor een sociale firma. Bij de uitsluitend door prijs gedreven klant is de sociale firma net aan het juiste adres. Maar klanten met oog op voor langdurige relaties en met behoefte aan voorspelbaarheid zijn aan het juiste adres.

Bovendien maakt de schrijver goed duidelijk wat we onder een sociale firma moeten verstaan. In een eerder boek dat Hillen schreef samen met Willemijn Verloop schiepen de auteurs duidelijkheid over de sociale onderneming. In Nederland een vervuild begrip waar zo’n beetje elk bedrijf zich onder kan scharen. Hun boek gaf een heldere omschrijving van een Social Enterprise, de Engelse uitdrukking voor een sociale onderneming. Die duidelijkheid is broodnodig als de overheid iets zou willen met social entreprises of met sociale firma’s en daar is volgens Hillen alle aanleiding toe.

De sociale firma kan met haar gewone product en haar ongewone personeel is bij uitstek een belangrijke rol vervullen in het creëren van een inclusieve economie waarin ook mensen met een handicap aan de slag kunnen.

Een keurmerk voor sociale firma’s is hierbij een belangrijk ondersteunend middel. Het maakt de firma’s herkenbaar voor bedrijven en overheden die van de producten en diensten gebruik zouden willen maken.

  • Rol overheid. 

Het blijft echter wel de vraag of het instrumentarium uit de Participatiewet voldoet om te bereiken dat veel arbeidsgehandicapten ook echt aan de slag kunnen. De overheid moet wellicht meer doen. Hillen noemt verschillende aspecten voor een aanvullend beleid.

In de eerste plaats zou een aparte rechtsvorm (ergens tussen BV en stichting) de firma’s kunnen helpen. Zo zou bijvoorbeeld de ANBI status voor deze rechtsvorm opengesteld kunnen worden. Recente ontwikkelingen in de Europese regelgeving inzake aanbestedingen maken de gunning aan sociale bedrijven een stuk eenvoudiger. Bewuste sturing in het aanbestedingsbeleid op sociale doelstellingen van de gemeente zou dus een goede ontwikkeling zijn.

Hetzelfde geldt voor een duurzame aanpak van het SROI beleid. Dit is nu meestal gericht op beweging op de arbeidsmarkt. Een plaats voor bedrijven die arbeidsgehandicapten niet alleen in dienst nemen maar ook houden in het SROI beleid zou een mooie ontwikkeling zijn.

Tenslotte doet de gemeente er goed aan om de plaatsing van arbeidsgehandicapte werknemers zo eenvoudig mogelijk te maken en een goed ondersteuningspakket te garanderen.

Kortom een nuttig en instructief boekje met vele lessen die in de oren geknoopt kunnen worden bij de ontwikkeling van een inclusieve economie.

Recensie van: “ Iedereen werk, iedereen winst, hoe sociale firma’s een inclusieve economie creëren” door Mark Hillen (Warden Press) Eerder verschenen in Sociaal Bestek.

One thought on “Iedereen werk, iedereen winst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s