WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

COLUMN.

IMG_0003_NEW

Mijn oude kennis Henk Spies heeft met twee andere onderzoekers de maat genomen van de opbrengsten van het (Rotterdamse) jeugdwerkloosheidbeleid. Ze schreven er dit artikel over en publiceerden dit boek met een uitgebreid verslag van hun onderzoek.

Laten we zeggen; je wordt er niet vrolijk van.

Het opleidingsniveau van werkloze jongeren ligt lager en ze wonen in wijken waar men gemiddeld armer en ongezonder is.

Opgroeien in zo’n wijk zet kinderen en jongeren op aanzienlijke achterstand. Hun sociale netwerken bieden vaak meer mogelijkheden voor een criminele dan voor een reguliere carrière. De sociale vaardigheden die jongeren in deze wijken verwerven sluiten vaak niet goed aan bij de cultuur op scholen en bij witte werkgevers.

Dat met de netwerken herken ik. Deze jongeren hebben vaak een te kort aan human capital (hun opleiding) en vooral social capital (hun netwerk, wie ze kennen). Dat wil zeggen, ze hebben wel een netwerk maar het helpt niet bij hun carrière, tenzij het om een criminele carrière gaat.

Zelf werk ik als vrijwilliger mee aan het project Samen bouwen we Rotterdam. We proberen een netwerk op te zetten van kunstmatige ooms en tantes die aan jongeren een extraatje bieden bij studiekeuze, studeren en bij het vinden van werk of stage. Dat laatste verloopt via informele contacten met het bedrijfsleven. Of dat allemaal werkt, weet ik ook (nog) niet. Maar we vinden, zoals uit de naam blijkt- dat er een kloof is tussen arm en rijk en zwart en wit maar ook dat deze nog te overbruggen valt.

  • De overheid. 

De onderzoekers vinden de overheid maar een uitvalfabriek. Dat beweren ze op grond van de cijfers waar uit blijkt dat het aantal uitvallers hoger is dan het aantal werkvinders. Dit zit hem niet in de kwaliteit van de geboden interventies en trajecten. Die zitten vaak goed in elkaar. Waar gaat het mis?

Het antwoord is simpel: de meeste ingrediënten om jongeren op weg te helpen zijn wel aanwezig, maar worden vaak voor de verkeerde jongere of op het verkeerde moment ingezet. Institutionele belangen zijn vaak leidend, of de politiek heeft vooraf al bepaald wat een jongere moet vinden, voelen en doen. Er is nauwelijks oog voor de eigen ambities van jongeren, terwijl de betrokkenheid en eigen motivatie van een deelnemer de belangrijkste succesfactor is voor elke interventie.

Het gaat dus niet over wat jongeren willen of kunnen maar wat de overheid vindt wat jongeren moeten. Zie ook mijn recente observatie over hoe de overheid de informatie over trajecten voor jongeren monopoliseert. Een situatie overigens die op de lange duur niet is vol te houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s