WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

Gisteren begon de toekomst deel 2. 

 

ikbenjetoekomst

Haar naam is Amelia en ze heeft alles mee. Ze is slim, ze heeft stijl, is ijverig en loyaal. Amelia is echter geen knappe hoogopgeleide twintiger maar een robot met een flinke dosis kunstmatige intelligentie. Ze is in staat om uw vragen te beantwoorden en bepaalde problemen voor u op te lossen en ze leert ook nog elke dag bij. De verwachting is dat, eenmaal op de markt gebracht, Amelia verantwoordelijk zal zijn voor het verdwijnen van 250 miljoen banen wereldwijd, vooral in callcenters.

Amelia is voor velen de ergste nachtmerrie. We worden straks allemaal vervangen door robots. Die nachtmerrie is één van de belangrijkste aanjagers in het debat over het basisinkomen. De voorstanders van het basisinkomen nemen aan dat in de toekomst (bijna) niemand nog werk heeft. En daarom is onmiddellijk het basisinkomen nodig. Dat lijkt ingegeven door angst en angst is een slechte raadgever.

In dit artikel passeren robotisering en deeleconomie –het onderling en online consumeren en produceren van producten, diensten en kennis- in kort bestek de revue. Welke impact heeft dit op de arbeidsmarkt en wat betekent het voor een sociale dienst/gemeente. Die impact is weliswaar erg groot maar er zijn ook mogelijkheden om op de ontwikkeling in te spelen.

De opkomst van de klus economie.

Uber verbindt bestuurders met passagiers. Met Taskrabbit vindt u de aannemer die uw keuken opknapt en via AirBnb regelt u logies voor uw volgende stedentrip. Bij elkaar heet dit de deeleconomie en het heeft opmerkelijke gevolgen voor de manier waarop we werken en hoe we met elkaar omgaan.

Zo stelt de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin dat we allemaal veranderen (of zelfs al veranderd zijn) in prosumers. Prosumers combineren het produceren en consumeren van producten. Ze delen muziek, video’s en nieuws en gebruiken hiervoor platforms op internet. Het effect hiervan op de traditionele werkgelegenheid is inmiddels wel bekend. De consument kan zelf zijn vliegreis en zijn verblijf met de luchtvaartmaatschappij en het hotel regelen. Reisbureaus krijgen het hierdoor moeilijk of verdwijnen zelfs helemaal en hetzelfde geldt -op hun terrein- voor de boekhandel, de taxicentrale, maaltijdbezorging en klusjes.

Aanvankelijk leek de deeleconomie een idylle van kleinschaligheid. Via internet een maaltijd aanschaffen bij een onbekende buurtbewoner drie straten verderop. Maar inmiddels weten we beter. Platforms zoals AirBnB en Uber groeiden in hoog tempo uit tot monopolies, die goed verdienen aan freelancers en ook eenzijdig voorwaarden kunnen opleggen. Er ontstaat dus platformkapitalisme. Het delen gebeurt binnen een door een groot bedrijf gecreëerd “ecosysteem” . Het bedrijf of dit nu Amazon is of Google zal er alles aan doen om gebruikers binnen hun platform te houden en vormt dan een voorbeeld van de oude in plaats van de nieuwe economie.

Werkers in de deeleconomie hebben in plaats van een vaste aanstelling bij een baas een lappendeken van baantjes en klusjes. Dat hoeft geen probleem te zijn. Het is ten slotte het perspectief van elke ondernemer met een orderportefeuille en veel ZZP-ers floreren er bij. Maar niet iedereen is een ondernemer. Steeds meer mensen komen gedwongen door de situatie op de arbeidsmarkt in een freelance bestaan terecht. Vaak met weinig toekomstperspectief en onvoldoende verzekerd voor invaliditeit of ouderdom. Het is nog de vraag of en in hoeverre mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt zich al klussend kunnen handhaven.

 De robots komen.

Niet iedereen kijkt op dezelfde manier tegen robots aan. West Europeanen zien intelligente machines voor zich die de macht van de mensheid dreigen over te nemen. Japanners daarentegen vinden robots apparaatjes met een hoog knuffelgehalte en zijn dus veel meer geneigd om ze te accepteren in huis en op de werkvloer.

Onze kijk op robots lijkt te worden bepaald door onze perceptie en door omineuze voorspellingen over het aantal banen wat gaat verdwijnen. Die lopen soms erg op zoals in het geval van Amelia. Recente voorspellingen komen uit op het verdwijnen van 47% van de banen in de VS en 49% in Nederland

In een opvallend nuchter rapport analyseert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid de gevolgen van de robotisering. Zonder de grote werkgelegenheids- en andere effecten te bagatelliseren laat zij de stand van zaken zien en geeft strategieën aan over de omgang met de robotisering. In de praktijk stuit de invoering van robots nog op allerlei problemen. Het gaat dus sowieso nog even duren voor het grote verdwijnen van banen. Er is bovendien wat aan te doen. De belangrijkste strategie is complementariteit. De schrijvers stellen dat robots geen mensen moeten vervangen maar dat vooral gekeken worden naar de manier waarop mens en robot samen kunnen werken. In plaats van een simpele efficiency en bezuinigingsslag waarbij mensen door machines worden vervangen, wordt het werk opnieuw verdeeld tussen mens en robot. Hierdoor komt de nadruk op kwaliteit te liggen en wordt het verlies aan banen beperkt.

Massale werkloosheid?

Toch eet computertechnologie nu al veel banen op en doet dat al sinds 1990. Het merkwaardige is dat we daar niet zo vreselijk veel van hebben gemerkt. Net zo min als de grote toestroom van vrouwen naar de arbeidsmarkt in dezelfde periode heeft geleid tot massale werkloosheid onder mannen. Hier wordt een denkfout gemaakt, waarbij er van wordt uitgegaan dat de arbeidsmarkt een vast aantal banen kent. Als daar dan een aantal van verdwijnt, zou er inderdaad een probleem zijn. In werkelijkheid is de arbeidsmarkt veel dynamischer. Als de werkloosheid pakweg met 40.000 daalt in een jaar. Dan hebben 520.000 mensen werk gevonden en zijn 480.000 mensen het kwijtgeraakt.

Technologische doorbraken zoals internet en eerder de stoommachine en de lopende band hebben een groot effect op de arbeidsmarkt maar leidden niet tot een structurele hoge werkloosheid. Op de langere duur is een technologische vernieuwing vooral een banenmachine. Dat neemt overigens niet weg dat de problemen in de aanpassingsperiode naar een nieuw tijdperk enorm op kunnen lopen. Nu is bijvoorbeeld al zichtbaar dat er nieuwe banen ontstaan maar die vragen vrijwel altijd een hoger opleidingsniveau.

Er zijn dus wel degelijk winnaars en verliezers op de arbeidsmarkt. In het rapport “De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025” laat het Sociaal en Cultureel Planbureau zien waar de klappen vallen. In het middensegment van de arbeidsmarkt verdwijnt veel werk. De vraag naar hoger opgeleiden stijgt sneller dan het aanbod. Als gevolg hiervan gaan de salarissen omhoog. Het aanbod van werk voor de laagstopgeleiden blijft min of meer stabiel maar daar wordt de concurrentie groter en blijft de betaling achter.

Verontrustend is het verdwijnen van het routine werk dat ooit de basis vormde van de middenklasse. Het routinematige handwerk in de fabrieken en het routinematige denkwerk in de kantoren. Dit type baan verdwijnt grotendeels en er blijven maar twee soorten banen over: Banen die zo weinig denkwerk vragen dat we er erg weinig geld voor over hebben en banen die zoveel denkwerk vragen dat we mensen juist erg veel betalen om ze te doen. De kloof tussen de onderkant en de bovenkant van de arbeidsmarkt verdiept zich en de sociale verschillen worden groter.

 Vijf sociale antwoorden.

Veel van de angst voor robots en voor de nieuwe economie lijkt ingegeven doordat we het vooral over de technologische kant van de zaak hebben. Als je de robot de ruimte laat, lijkt het er op dat hij zo over je heen kan daveren. In werkelijkheid ziet het er heel anders uit. Waar het om draait en wat in vele discussies onderbelicht blijft , is juist dat de technologische revolutie geen kans van slagen heeft als er niet ook op het sociale vlak de nodige afspraken worden gemaakt. Dit geldt voor de sociale salto mortale die wordt veroorzaakt door de snel wijzigende arbeidsverhoudingen in de deeleconomie. Het geldt ook voor de sociale, juridische en organisatorische afspraken waarmee we technologische vernieuwingen van een kader voorzien.

hieronder vijf  voorbeelden van sociale antwoorden:

  • Drie Uber chauffeurs spanden een rechtszaak aan tegen het bedrijf over de vraag of het platform hen eigenlijk niet als werknemers behandelt zonder voor de bijbehorende zaken te zorgen, zoals een ziektekostenverzekering. Uiteindelijk sloot Uber een miljoenendeal en deed het de nodige concessies aan de betrokken chauffeurs en de velen die zich als mede eiser bij hen hadden gevoegd. Hiermee ontkwam het bedrijf voorlopig aan een principieel antwoord op de vraag wat de klusjes economie nu eigenlijk is. Wel werd erg duidelijk dat Uber niet zo maar zijn gang kan gaan en dat het principiële antwoord vroeger of later nog zal volgen.
  • De WRR wijst er in haar rapport over robotisering op wat er feitelijk verdwijnt. En dat zijn niet de banen zijn maar bepaalde taken. Een robot kan bijvoorbeeld de steunkousen aandoen bij een bejaarde dame of het agendabeheer van een secretaresse overnemen. Dat laat ons een keuze tussen een platte efficiencyslag, waarbij op menskracht kan worden bezuinigd of een kwalitatieve aanpak waar bij wordt bezien hoe mens en robot complementair aan elkaar kunnen zijn. Zo kan de wijkverpleegkundige haar tijd met de cliënt meer besteden aan het gesprek als ze de steunkousen aan een robot over kan laten. Dit sociale antwoord is acceptabeler en voorkomt voor een deel verlies aan banen.
  • Uit het SCP rapport blijkt dat de vraag naar hoger geschoold personeel het aanbod momenteel overtreft. Scholing en onderwijs zijn voor de arbeidsmarkt van de toekomst de sleutel. Dit geldt niet alleen om aan de vraag naar hoger personeel te voldoen. Ook de groep die aan de onderkant van de arbeidsmarkt terechtkomt is zeer gebaat bij scholing. Scholing is ongetwijfeld het beste antwoord op de veranderende situatie op de arbeidsmarkt. Hierbij moet rekening worden gehouden met een grotere behoefte aan scholing maar ook met een afnemende halfwaarde tijd. Was een opleiding of een cursus vroeger van waarde voor de hele carriereduur. Tegenwoordig is een opleiding al na een jaar of tien over de versheidsdatum heen. Her- om- en bijscholing wordt dus een continu proces gedurende de gehele carrière.
  • Ook de steeds grotere flexibiliteit en de “ verklussing” van de arbeidsmarkt kent haar eigen sociale antwoorden. Genoemd werd al dat zelfs de grote platforms juridisch aangepakt kunnen worden. Een geheel ander sociaal antwoord kan zijn dat men lokaal niet steevast afhankelijk hoeft te zijn van een op wereldschaal opererend platform. Winst en marktwerking hoeven niet de drijfveer te zijn waarop de platforms zijn gebaseerd. Het is ook mogelijk om met open source technologie en non-profit organisaties te werken, zoals de webbrowser Firefox en Wikipedia laten zien. Lokale platforms bestaan ook. In Nederland bijvoorbeeld Buur boek.
  • Een ander aspect van de “verklussing” van de economie is de verslechterde positie van de freelancers die er hun boterham mee verdienen. We zien hier wel een geleidelijke overgang van self employed naar self organization. ZZP-ers werken vaak in een netwerk. In sommige gevallen organiseert dit netwerk ook een stukje sociale zekerheid in de vorm van broodfondsen. In enkele gemeenten zoals Breda en Leeuwarden worden uitkeringsgerechtigden aangemoedigd voor zich zelf te beginnen maar dan wel in coöperatief verband. Juist de deeleconomie schept ook mogelijkheden voor een kleinschalige aanpak en sociale oplossingen.

Er zijn dus de nodige sociale antwoorden op de uitdagingen die de arbeidsmarkt van de toekomst ons stelt. Bouwstenen voor een gemeentelijk beleid zijn uit de hierboven opgesomde casussen af te leiden. In de eerste plaats kunnen gemeenten in hun eigen re-integratiebeleid en binnen de arbeidsmarktregio’s zich sterk maken voor scholing, in het bijzonder voor de jeugd en ook voor met werkloosheid bedreigde werkenden. Verder kunnen gemeenten inspelen op de deeleconomie. Dat kan al heel simpel beginnen door de uitkeringsadministratie zo in te richten dat bijverdieners goed en snel inzicht hebben in hun inkomenspositie. In Rotterdam start een experiment waarbij uitkeringsgerechitgden als micro ondernemer beginnen en zich zo in een paar stappen uit de bijstand te werken. Een andere mogelijkheid is om te proberen van wegbezuinigd werk –dat in de vermomming van vrijwilligerswerk is teruggekeerd- opnieuw betaald werk te maken, maar dan betaald per klus.

Het ziet er misschien bescheiden uit. Zeker in vergelijking met de enorme uitdagingen die ons worden gesteld door de economie van morgen. Die uitdagingen zien er erg intimiderend uit, gezien het disruptieve karakter van ontwikkelingen zoals Amelia en de kloof tussen veel en weinig verdieners die op de arbeidsmarkt zichtbaar wordt. Dat neemt niet weg dat het formuleren en uitvoeren van sociale antwoorden het enige mogelijke weerwoord is en –bovendien- de enig mogelijke manier om de technologische revolutie te laten slagen.

Dit artikel wordt ook gepubliceerd in het juni nummer van Sociaal Bestek het onvolprezen maandblad voor sociale professionals. 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s