WERKLUST

Stuur jezelf en help een ander.

Gilde Re-integratie

Professionals (consulenten, klantmanagers, adviseurs) bij sociale diensten, UWV en bij re-integratiebedrijven worden dagelijks geconfronteerd met één essentiële vraag. Wat werkt voor deze klant? Hoe kan ik deze klant aan het werk helpen of ondersteunen bij het vinden van een zinvolle tijdsbesteding. Het antwoord op deze vraag moet vaak onder grote tijdsdruk worden gevonden in een wirwar aan informatie, methoden, theorieën en opvattingen die slecht ontsloten en erg verwarrend zijn. Daarnaast vertrouwt de professional vaak op zijn eigen intuïtieve kennis, opgedaan in de praktijk van alledag en dient hij ook nog rekening te houden met de wensen van de cliënt

Kennis over effectieve methoden en werkzijzen.

Hoe kan de professional er zeker van zijn dat hij effectief handelt op basis van zijn knowhow in combinatie met meestal fragmentarische kennis? Die zekerheid is er natuurlijk niet. Intuïtieve kennis heeft bovendien als nadeel dat ze tussen de oren zit. Ze is persoonsgebonden, impliciet en kan niet met anderen worden gedeeld.

Toch vormt de kennis en ervaring van de uitvoerende professional één van de belangrijkste bronnen om kennis over effectieve re-integratie te ontsluiten, op te bouwen en te delen. Uit de praktijk verkregen bewijs kan leiden tot praktische en levende methoden die echt werken en de betrokkenheid van de professional bij zijn werk dramatisch vergroten.

Het Gilde heeft als doel kennis over effectieve methoden en werkwijzen op te bouwen vanuit de praktijk. Het uitgangspunt wordt gevormd door de handelingspraktijken en intuïtieve kennis van een groep professionals. Dit is bijvoorbeeld een groep die samen aan een goedlopend project werkt. De werkzaamheid van dit project is soms aangetoond , maar zelden is duidelijk waarom het project succesvol is, wat er precies gebeurt en wat de werkzame elementen zijn (black box), Het kan ook om een groep professionals gaan die wordt uitgedaagd om een innovatieve werkmethode te ontwikkelen. Deze moet echter zowel praktisch uitvoerbaar als bewezen effectief zijn.

Opbouw in vijf fasen

Samen met de professionals bouwt het Gilde gaandeweg de kennis over effectieve methodes  en werkwijzen op. Hierbij wordt een aantal fasen doorlopen.

Fase 1: De professionals delen hun knowhow. De groep wordt hierbij ondersteund door twee moderatoren die de groep gericht bevragen op hetgeen er in de interventie gebeurt.

Fase 2: De beschrijving van het wat, wordt verder uitgewerkt met het waarom en het hoe. Op deze manier wordt de aanwezige knowhow systematisch beschreven met behulp van een format. Hierdoor ontstaat een samenhangende en logische beschrijving met probleemanalyse, benaderwijze en werkmethodische aanpak voor een welomschreven klantgroep. De redenering achter de methode wordt als het ware blootgelegd. Voorafgaand aan de tweede fase kunnen nog enkele observaties worden gedaan om vast te stellen of hetgeen de professionals zeggen te doen ook daadwerkelijk kan worden waargenomen. Het systematische bevragen van de professionals leidt veelal tot een reflectie op het eigen handelen en tot een nadere aanscherping van de beschrijving van de methode.

Fase 3: Een inhoudelijke deskundige onderbouwt de beschreven aanpak met alle beschikbare kennis. Het kan gaan om gevalideerde theorieën en/of om ondersteunend bewijs, uit andere, al onderzochte en (op onderdelen) vergelijkbare methoden. Ook wordt in deze fase de methode voorbereid voor onderzoek (hypotheseformulering ten aanzien van de werkende bestanddelen en operationalisering in onderzoeksvragen)Dit resultaat wordt aan de professionals teruggekoppeld.

Fase 4: De aanpak wordt onderzocht door een onafhankelijk onderzoeker. Aangegeven wordt in welke mate de verschillende werkende bestanddelen een bijdrage leveren aan het resultaat. Dit resultaat wordt aan de professionals teruggekoppeld en leidt tot een verdere aanscherping.

Fase 5: Aanpakken van eenzelfde doelgroep op verschillende locaties worden (bovenlokaal) vergeleken en met elkaar in verband gebracht. De beschreven kennis bevat verschillende scenario’s voor klanttyperingen, probleemanalyse, benaderwijze en methodisch handelen.

Aan het slot van elk niveau wordt de beschreven kennis ter vervolmaking en ter ijking aan de betrokken professionals voorgelegd.

Effectieve methodes met het startpunt in de praktijk.

Aan het einde van dit proces is er een methode en een groep professionals die zich deze eigen heeft gemaakt. De kennis zit niet langer tussen de oren maar is op schrift gesteld en (wetenschappelijk) onderbouwd. Bovendien is door middel van onderzoek nagegaan of en met welk effect de beschreven methode in de spreekkamer wordt toegepast.

Deze methode vormt een prachtig beginpunt voor een leerproces. Door het onderzoek wordt namelijk kristalhelder wat al goed wordt beheerst en wat nog voor verbetering vatbaar is. Gaandeweg kunnen professionals hun methode verfijnen en verbeteren door middel van intervisie of door startende collega’s de kneepjes bij te brengen. Hen wordt een kader aangereikt waarmee zij voorgenomen verbeteringen beredeneerd kunnen inzetten en toetsen.

Voor de organisaties waarbinnen de professionals werken, vormt dit een belangrijk beginpunt voor het opbouwen van een lerende organisatie.

Gildes worden binnen verschillende organisaties uitgevoerd. De ontwikkelde methodes vertonen zowel overeenkomsten als verschillen. Hierdoor ontstaat gaandeweg een staalkaart van werkende bestanddelen  en instrumenten waaruit de methodes zijn opgebouwd. Deze werkende bestanddelen zijn theoretisch onderbouwd en zodanig beschreven dat ze kunnen worden aangeleerd. Hierdoor kunnen gemeenten ook van elkaar leren op en praktisch, direct voor uitvoerende professionals toegankelijk niveau.

Het startpunt in de praktijk leggen, noemt men practice based evidence, uit de praktijk verkregen bewijs. Het is een mooi startpunt om de effectiviteit van re-integratie te verhogen. Uiteindelijk kan op basis van de door de Gildes verkregen werkende methodes ook onderzoek worden gedaan om aan te tonen dat het hier om werkwijzen gaat die netto effectief zijn. Zo worden uiteindelijk de uitgaven voor re-integratie transparanter en beter onderbouwd.

Klaas Folkerts

Gejo Duinkerken

Roeland van Geuns

Peter Wesdorp